Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante informatie en advertenties te zien krijgt. Door hiernaast op akkoord te klikken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies en het verzamelen van informatie aan de hand daarvan door ons en door derden.

Akkoord
Niet akkoord
Dierenkliniek zamenhofdreef honden

Sterilisatie teef

Wilt u uw hond laten steriliseren of denkt u er nog over na? Sterilisatie bij een hond houdt in dat een hond onvruchtbaar gemaakt wordt en dat de teef ook geen last meer heeft van periodes waarin ze loops kan worden.

Na de sterilisatie is het ook niet meer mogelijk voor de teef om een nestje puppy’s te krijgen.  Er zijn meerdere redenen om je hond te laten steriliseren: de teef zal niet meer loops worden en de kans op baarmoederontsteking of melkkliertumoren neemt af.

Je hoort veel verhalen over sterilisatie bij de hond, maar soms kloppen die verhalen niet helemaal. Hier zetten we de feiten over sterilisatie bij honden voor u op een rij zodat u zelf de juiste beslissing kunt nemen. Voor meer informatie en/of advies kunt u altijd contact met ons opnemen.
De termen castreren en steriliseren worden beiden gebruikt voor het onvruchtbaar maken van een dier. Steriliseren betekent het afsluiten van de eileiders of zaadstrengen. Castreren betekent het verwijderen van eierstokken of teelballen. De term steriliseren van een teef wordt algemeen gebruikt. In de praktijk worden altijd de eierstokken verwijderd. Eigenlijk heet dit dus castratie.

Voordelen van sterilisatie bij de teef

  • Minder kans op borstkanker
    De kans op de ontwikkeling van melkkliertumoren wordt verkleind door de ingreep voor het 3e levensjaar uit te laten voeren. Melkkliertumoren komen tot ontwikkeling bij 25% van de teven die 4x of vaker loops zijn geweest.
  • Minder kans op suikerziekte
    Suikerziekte bij de hond komt meestal voor bij oudere teven direct na de loopsheid. De geslachtshormonen zorgen ervoor dat insuline minder effectief werkt. Daardoor stijgt het suikergehalte in het bloed en het gaat u opvallen dat uw teef meer gaat drinken en plassen.
  • Geen kans meer op baarmoederontsteking
    Baarmoederontsteking kan optreden bij teven na de loopsheid. Een antibioticumkuur is meestal niet afdoende om de infectie tegen te gaan. Zeker als er veel pus is gevormd in de baarmoeder dan zal een operatie (met spoed) nodig zijn. Bij het opereren van een zieke hond is het narcoserisico hoger dan bij het steriliseren van een gezonde hond.
  • Geen schijndracht
    Sommige honden ontwikkelen na de loopsheid verschijnselen van schijnzwangerschap. De teef gaat nestgedrag vertonen en kan voorwerpen naar haar eigen plek slepen. De melkklieren van de hond kunnen opzetten worden en ze kan zelfs melk gaan geven. Vaak eten de teven in deze periode slecht en hebben ze geen zin om buiten te wandelen. Dit verdwijnt na een tijdje vanzelf weer, maar kan twee maanden duren! Eigenlijk is dit een normaal verschijnsel in de natuur: niet gedekte wolventeefjes helpen de pups van de dominante teven groot te brengen.
  • Geen last van de loopsheid
    Voor veel eigenaren is een loopsheid lastig vanwege het vloeien. De teef moet aan de lijn gehouden worden ter voorkoming van weglopen en ongewenste dekking. Zeker als er ook een reu in huis is, is een sterilisatie praktischer.

Nadelen van sterilisatie bij de teef

  • Er is een verhoogde kans op urine-incontinentie
    Door het wegvallen van het hormoon oestradiol kan de sluitspier van de blaas slapper worden. De teef kan dan, als ze in rust is, wat urine verliezen (meestal in de mand tijdens het slapen). Dit kan optreden bij 2-5 % van de teven. Bij een aantal rassen kan kans op urine-incontinentie oplopen tot 10 % na sterilisatie. Als de hond incontinent wordt is dit in de meeste gevallen goed behandelbaar met medicijnen. Uit recentelijk onderzoek blijkt dat het risico kleiner wordt als de teef een keer loops is geweest. Tegenwoordig wordt daarom geadviseerd om de teef het liefst na de eerste loopsheid te steriliseren.
  • De kans op overgewicht neemt toe
    Dit is goed te voorkomen door na de sterilisatie de hoeveelheid voeding te verminderen.
  • Er kunnen veranderingen in de vacht optreden
  • De hond moet een operatie ondergaan
    Het operatierisico is heel erg klein maar nooit helemaal nul. Veel baasjes hebben een rotgevoel als ze een gezonde hond wegbrengen naar de dierenarts voor sterilisatie, ook al is het voor de bestwil van de hond. Bestwil is nou eenmaal altijd iets wat door een ander goed voor je wordt gevonden.

Kynologisch is men niet zo blij met al te vroeg steriliseren van teefjes. Met name rassen die te kampen hebben met een (te) kleine populatie verliezen daardoor te veel "fokmateriaal".
De ingreep kan het beste plaatsvinden als de baarmoeder van de teef in een rustfase zit. Hormonen hebben allerlei werkingsmechanismen, o.a. zwelling van de baarmoeder en bloedvaten er naar toe. De kans op complicaties van de ingreep is kleiner als de hond zo min mogelijk onder invloed van de vrouwelijke geslachtshormonen staat. Rond de 100 dagen na de loopsheid wordt gezien als het optimale moment, dus dat is 3 a 4 maanden na het einde van de loopsheid.

De operatie

Een goede voorbereiding voor een ingreep onder narcose begint een dag van tevoren bij de eigenaar thuis. De dag voor de narcose mag de hond vanaf een door je dierenarts op te geven tijdstip geen eten meer hebben maar wel zo veel water als ze wil. De volgende ochtend laat je je hond nog even goed uit voordat je haar bij de dierenarts brengt.

Meestal kun je je hond 's morgens brengen en 's middags weer ophalen. De hond wordt eerst onderzocht en als alles goed is onder narcose gebracht. De hond krijgt al voor de operatie pijnstilling, zodat deze na de operatie optimaal werkt. Bij de operatie wordt de buik geopend via de middellijn. De eierstokken worden verwijderd en de baarmoeder bekeken. Alleen als deze er afwijkend uitziet wordt de baarmoeder verwijderd. Hierna wordt de wond gehecht. Dat kan onderhuids zijn, zodat aan de buitenkant geen hechtingen zichtbaar zijn, of bovenhuids.
De hond zal na de ingreep twee weken beslist niet mogen zwemmen en ook qua beweging moet het rustig weer worden opgebouwd.

Copyright © Dierenkliniek Zamenhofdreef | Webdesign: Studio EVG - Eveline van Ginneken