Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante informatie en advertenties te zien krijgt. Door hiernaast op akkoord te klikken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies en het verzamelen van informatie aan de hand daarvan door ons en door derden.

Akkoord
Niet akkoord
Dierenkliniek zamenhofdreef honden

Eerste hulp

Eerste Hulp Bij Ongelukken kan door een leek worden verleend in afwachting van deskundige hulp bij een plotselinge stoornis in de gezondheidstoestand van mens of dier.

Het is noodzakelijk om te weten wat niet en wat juist wel gedaan moet worden en hoe moet worden gehandeld om dit op een verantwoorde manier te doen.

Het doel van eerste hulp is het redden van het leven van een dier, het verlichten van pijn, het voorkomen dat de verschijnselen verergeren en het bevorderen van herstel. In noodsituaties is het altijd belangrijk om rustig te blijven en helder na te denken. Met het in paniek raken en vervolgens dingen overhaast te doen helpt u het slachtoffer zeker niet. Ondanks uw goede bedoelingen kunt u zelfs schade aanrichten! Rustig weloverwogen handelen kan daarentegen levensreddend werken.

Als het nodig is, laat iemand direct de dierenambulance bellen. Let op uw eigen veiligheid omdat in een stresssituatie zelfs de betrouwbaarste hond of kat van pijn of schrik onverwachts bijten en/of krabben. Probeer het dier niet onnodig te verplaatsen omdat dit tot ernstiger trauma kan leiden. Als het dier bij kennis is en behandeld moet worden kunt u hem het best met een helpende hand in de “houdgreep” leggen: leg het dier op de zij en pak de onderste poten vast terwijl u de kop tegen de grond houdt.

Bij een bijterige hond: zorg dat zijn bek buiten gevecht is. Als er geen muilkorf bij de hand is kunt u door een verband of met de riem een soort muilkorf maken door het om de bek te doen. Let te allen tijde op uw eigen veiligheid!

 
De eerste minuten

De eerste minuten zijn vaak essentieel bij eerste hulp. Heel belangrijk is de volgorde van maatregelen die getroffen worden bij het dier. Hier komen de punten waar u op moet letten in de goede volgorde:

1. Controleer het bewustzijn

Noem de naam van de hond, of trek de aandacht door tegen hem te praten en kijk of de hond reageert op prikkels van buitenaf. Als dat zo is, zorg dan dat u hem onder controle houdt. Verroert de hond zich niet dan kunt u zachtjes aan een poot trekken om te zien of de hond deze terugtrekt. Gebeurt dit niet, knijp dan in één van de voetzoolkussens om te checken of deze pijnprikkel doorkomt bij de hond. Doe dit in snel tempo want als hij niet reageert gaat u de ademhaling controleren.

2. Controleer de ademhaling

Begin altijd eerst met het controleren van luchtwegen (neus, bek) om te zien of er wel lucht in de keel (en dus de longen) kan komen. Zijn deze luchtwegen vrij, zorg dan dat er ook ademhaling plaatsvindt (zowel in- als uitademen is essentieel om de zuurstof in het bloed en de hersenen te verversen). Kijk of u de borstkas op en neer ziet bewegen. Is dit niet het geval leg dan voorzichtig een hand op de borstkas en voel of u een op- en neergaande beweging voelt. Als u dat niet voelt kunt u een natte rug van uw hand (lik er over) of een veertje voor de neus houden en kijken of dat beweegt. Normaal gesproken ademt een hond zo’n 15 tot 30 keer per minuut, een kleine hond vaker dan een grote. Pijn, shock en oververhitting kan de ademhaling sneller en oppervlakkiger maken. Tijdens officiële cursussen wordt precies uitgelegd wat te doen als er geen ademhaling is.

3. Controleer de pols en de doorbloeding

De pols van de hond kunt u voelen door uw vingertoppen in de kleine plooi tussen de spieren in de lies (binnenkant van de achterpoot) te plaatsen. Oefen dit regelmatig bij uw hond zodat u de pols gemakkelijk kunt vinden. De pols moet krachtig en regelmatig zijn. Als de pols zwak en onregelmatig wordt en zijn de ogen wijd geopend start dan met reanimatie. Een snel maar waardevol testje is het bepalen van de CRT. Capillairy refill time betekent letterlijk het de tijdsduur waarin de haarvaten weer gevuld zijn (met bloed). u kunt dit beoordelen door met een vinger heel even lichte druk uit te oefenen op het (normaal roze) tandvlees. Het plekje wordt wit, en u kijkt hoe lang het duurt voordat de normale kleur terug is doordat het uit de haarvaten weggedrukte bloed terugstroomt. Normaal duurt dit minder dan een seconde.

3a. Controleer de hartslag

Bij grotere honden plaats u uw platte hand stevig (niet te!) op de borst van de hond, vlak achter de linker elleboog, om de hartslag te voelen. Bij kleinere honden kan het soms gemakkelijker zijn om uw hele hand rond het onderste gedeelte van de borstkast direct achter de ellebogen te leggen. U telt het aantal slagen per vijftien seconden en berekent dan de hartslag per minuut. De slagen moeten krachtig en regelmatig zijn. De hartslag versnelt na lichamelijke inspanning, oververhitting, bij hartproblemen, bij shock en na pijn. Als u geen hartslag voelt, gaat u over tot reanimatie.

4. Stop bloedingen

Is de ademhaling en hartslag aanwezig, dan moet u de eventuele bloedingen stoppen. Afhankelijk van de plaats van de bloeding kan dit bijvoorbeeld door het aanbrengen van (druk)verband.

5. Stabiliseren

Tot slot zorg u ervoor dat het slachtoffer in een stabiele positie komt te liggen terwijl u wacht op professionele hulp. Het kan nodig zijn om de patiënt te verplaatsen in een houding zodat zijn of haar ademhaling gegarandeerd blijft. Let er op dat onnodig verplaatsen funest kan zijn indien de hond (inwendige) verwondingen heeft aan bekken, rug of de nek. Probeer wel altijd de hond warm te houden door hem of haar af te dekken met behulp van jassen, (folie)deken of een slaapzak.

Beademen

Het doel van kunstmatige beademing is dat de hond van lucht wordt voorzien totdat hij zelf weer in staat is om te ademen. De techniek die we gebruiken bij honden wordt mond-op-neusbeademing genoemd. Hoe gaat dit in zijn werk?

  • Leg de hond voorzichtig op de rechter zij (deze kant is nodig voor eventuele hartmassage). Controleer of de luchtwegen (neus, bek) vrij zijn. Het moet wel mogelijk zijn dat er lucht in de keel en de longen kan komen. De tong kan bijvoorbeeld de luchttoevoer afsluiten. Open de bek, trek de tong naar voren en verwijder blokkades als bv. braaksel, een vastzittend botje, bloed of slijm. Kijk hierbij uit dat hij niet bijt door paniek als hij weer bijkomt!
  • Sluit de bek van de hond en houd deze dicht met één hand. Let ondertussen steeds op de borstkas van de hond. Vorm met uw andere hand, met uw wijsvinger en duim, een O en houd deze over de neus van de hond. Zorg dat u een luchtdichte ring om de hondenneus vormt.
  • Blaas via de ring in de neus tot u de borstkas van de hond ziet uitzetten. Let er op dat een klein hondje een veel kleinere longinhoud heeft dan een mens! Blaas voorzichtig en niet te hard! Let er goed op dat de longinhoud van een chihuahua veel minder is dan uw eigen longinhoud en dat u het hondje voorzichtig en op maat moet beademen. Bij een hele grote hond is het soms lastig om de lippen zodanig af te sluiten dat er geen luchtlekkage naar buiten is. Zorg er voor dat de adem wel de longen bereikt (kijk of de borstkas omhoog gaat in een adembeweging en/of luister dat er geen lucht via de bek ontsnapt).
  • Haal uw mond van uw vingers en laat de longen van de hond helemaal leeglopen. Dit gebeurt normaal gesproken vanzelf. U ziet de borstkas weer terugveren naar de positie van voor het inblazen van de lucht.

Herhaal deze handelingen om de vijf seconden totdat de hond zelf begint te ademen. Combineer dit met hartmassage als u geen hartslag of pols voelt.

Cardio-pulmonale reanimatie

Cardio-pulmonale reanimatie of CPR is een combinatie van kunstmatige beademing en hartmassage. Het doel van hartmassage is dat er voldoende druk op het hart wordt uitgeoefend om bloed naar de hersenen te pompen, waardoor de hond in leven blijft totdat u professionele hulp krijgt. Als u besluit dat hartmassage nodig is, laat dan iemand meteen contact opnemen met de dierenarts en/of dierenambulance. Zorg ervoor dat de dierenarts zo spoedig mogelijk komt: het geven van hartmassage vereist een grote inspanning van een persoon. Blijf de pols controleren terwijl u hartmassage geeft.

Kleine hond: Leg het hondje op zijn rechterzij met de kop iets lager dan de rest van zijn lichaam. Plaats u duim en vingers aan weerskanten van de borst direct achter de ellebogen, en uw andere hand op de rug van het hondje om zijn lichaam te ondersteunen. U knijpt twee keer per seconde in de borst met snelle, stevige pompbewegingen (het hart wordt ingedrukt en er circuleert bloed door het lichaam). Dien tien seconden hartmassage toe en vervolgens vijf seconden kunstmatige ademhaling. Blijf dit herhalen tot u een hartslag voelt. Stop dan met de hartmassage en concentreer u op de kunstmatige ademhaling. Blijf ondertussen de pols controleren.

(Middel)grote hond: Ook de (middel)grote hond legt u voorzichtig plat op zijn rechterzij met het hoofd iets lager dan het lichaam. Leg de muis van uw hand op de borst van de hond, direct achter de elleboog. Plaats uw tweede hand op de eerste en maak stevige duwende bewegingen, ongeveer 10 (grote hond) tot 15 (middelgrote hond) seconden. Combineer dit met kunstmatige ademhaling zoals ik hierboven al heb beschreven.

Bloedingen

Het gevaarlijke van een bloeding is dat door de zichtbaarheid van bloed de aandacht van andere en wellicht levensbedreigender zaken kan afleiden. Houd altijd het bewustzijnsniveau, hartslag en ademhaling in de gaten! De ene bloeding is minder ernstig dan de andere. Factoren die hierbij een rol spelen zijn:

  • De grootte van de hond: een grote gezonde hond kan zich meer bloedverlies permitteren dan een klein hondje omdat hij simpelweg meer bloed heeft.
  • De snelheid van het bloedverlies. Als bloedverlies erg snel gaat, heeft het lichaam onvoldoende tijd om compensatiemechanismen in werking te stellen. Zo kan een aanzienlijk bloedverlies in een periode van enkele minuten tot (ernstige) shockverschijnselen leiden, terwijl eenzelfde hoeveelheid bloed die in enkele maanden verloren wordt slechts leidt tot bloedarmoede. Naarmate de snelheid groter is, ontstaan niet alleen eerder, maar meestal ook ernstiger verschijnselen.
  • De plaats van de bloeding. De behandeling en de gevolgen van een bloeding hangen af van de plaats ervan. Een slagaderlijke bloeding in de hals bijvoorbeeld is moeilijk te stelpen door uitwendige druk.
  • Bloedingen in het bovenbeen leiden meestal tot groot bloedverlies. Drukverhoging door bloedingen in de buikholte kan relatief minder kwaad, terwijl het zelfde bloedverlies in de schedel fataal kan zijn.

Het behandelen van bloedingen

Er is een aantal mogelijkheden om een bloeding te stoppen:

  • Druk uitoefenen op de wond. u kunt een aderlijke bloeding stoppen door rechtstreeks druk uit te oefenen op de wond. Leg een steriel gaasu, een snelverband of een schone doek op de wond en oefen met de handpalm constant een flinke druk uit op de hele wond. Het gaasje absorbeert het bloed, zorgt dat er stolling optreedt en beschermt de wond tegen infecties. In veel gevallen zal de bloeding zo stoppen.
  • Druk uitoefenen op 'drukpunten'. u kunt de bloedtoevoer van de slagader die het gewonde gebied van bloed voorziet belemmeren door op een van de drie drukpunten te drukken. Bij deze 3 drukpunten kunt u de slagader tegen het onderliggende bot drukken:
    • aan de binnenzijde van het bovenste deel van de voorpoot
    • aan de binnenzijde van het bovenste deel van de achterpoot
    • aan de onderkant van de staartbasis

Door daar druk uit te oefenen stop u een bloeding in het eronder gelegen gedeelte van de desbetreffende ledematen. Laat het drukpunt pas los als de hond bij de dierenarts is, met steeds na 10 minuten enkele seconden laten stromen om het gebied even van bloed te voorzien.

Bij een slagaderlijke bloeding in een van de ledematen kun u ook een tourniquet of knevel aanleggen. Bij het aanleggen van een tourniquet bind u een lidmaat af. Het is gevaarlijk en uiterst zelden nodig om een tourniquet aan te leggen. Slechts in de volgende gevallen wordt een tourniquet gebruikt om bloedingen aan de ledematen te stelpen:

  • een open botbreuk met een hevige bloeding
  • een wond met een vreemd voorwerp en een hevige bloeding, waarbij druk naast het voorwerp onvoldoende bloedstelping geeft. Laat het voorwerp altijd zitten omdat verwijdering er van de bloeding kan verergeren!
  • afrukking van een ledemaat met een hevige bloeding
  • zeer grote wonden met een hevige bloeding, waarbij geen efficiënt drukverband aan te leggen is
  • de poot zit gedurende langere tijd bekneld
  • geen enkele andere methode kan de bloeding voldoende stelpen

Een tourniquet moet minstens 3 centimeter breed zijn en aangelegd worden aan een lidmaat met slechts één bot (dijbeen, bovenarm), zo kort mogelijk bij de wond, tussen de wond en het hart. u kunt hiervoor een smalle das gebruiken, maar ook b.v. een stuk katoen of linnen. Het gevaar bij het aanleggen van een tourniquet is dat achterliggend weefsel van de bloedsomloop afgesloten wordt, geen zuurstof krijgt en afsterft. Daarom is de tourniquet na een tijdje erg pijnlijk voor de hond. Een afbinding van 2 uur kan fataal zijn voor de ledemaat. Bij het losmaken van de tourniquet komen bovendien allerlei afval- en afstervingsstoffen vrij in de bloedsomloop en die kunnen andere organen (bv. nieren) levensgevaarlijk aantasten. De tourniquet zelf kan door de grote druk spieren en zenuwen beschadigen.

Let op:

Een tourniquet of knelverband is dus zeer gevaarlijk en mag slechts in noodgevallen en dan het liefst zo kort mogelijk (na 10 minuten even enkele seconden losmaken) aangelegd worden.

Vreemde voorwerpen in een wond

Over het algemeen is het niet verstandig om voorwerpen die in een verwonding zitten te verwijderen, vooral als ze diep in het lichaam gedrongen zijn. Vaak is het eerste reflex dat een mens heeft om het vreemde voorwerp er uit te halen, maar dit kan ernstige bloedingen veroorzaken of er kunnen gedeelten in de diepte achterblijven (bijv. houtsplinters). Wat u wel kunt doen is het dier goed onder controle houden zodat het dier niet zelf bij het voorwerp kan en het voorwerp niet dieper in de wond gedrukt kan worden.

Wanneer moet u een wond laten hechten?

Als er een diepere wond, niet ouder dan 6 tot 8 uur die er fris uitziet en waarbij infectie nog niet is opgetreden dan kun u hem direct sluiten na reiniging. Dit noemt men primaire wondsluiting, en hiermee moet u dus altijd naar de dierenarts. Uitzondering hierop is een bijtwond die altijd geïnfecteerd is, en dus behandeld moet worden als een vuile wond. Als die al gehecht wordt zal dat met ruime steken zijn zodat het wondvocht er nog uit kan. Direct na het ontstaan van de wond kun u tijdelijk de wond beschermen door een verband om verdere verontreiniging te voorkomen.

Shock 

Een shock is een acute levensbedreigende toestand waarbij de druk in de bloedvaten te laag is om de vitale lichaamsfuncties in stand te houden. Oorzaken hiervan zijn heel verschillend. De doorbloeding en dus de zuurstofvoorziening van het hart, de hersenen en andere organen komen hierdoor in het gedrang wat snel tot gevolg heeft dat cellen af kunnen sterven. Normaal is er een vaste verhouding in het lichaam tussen het volume van het bloed en de inhoud in de bloedvaten.

Bij een shock raakt deze verhouding verstoord. Het is dus belangrijk dat de EHBO-er een shock kan herkennen. Tekenen van shock zijn o.a.:

  • bleke slijmvliezen (te controleren bij het tandvlees dat mooi roze moet zijn)
  • snellere hartslag
  • het dier wordt sloom en later suf
  • de pols wordt zwak
  • de lichaamstemperatuur kan te laag zijn (normale temperatuur van de hond is tussen 38 °C en 39 °C

Shock is een syndroom en heeft vrijwel altijd een achterliggende oorzaak. Bij shock moet de hond zo snel mogelijk naar een dierenarts vervoerd worden!

Waar moet u naast de EHBO-handelingen op letten?

1. De veiligheid

Kijk eerst eens om u heen of de gewonde wel op een veilige plaats ligt. Kunnen er bijvoorbeeld stenen naar beneden komen vallen, is er verkeer, of dreigt er op een andere manier gevaar voor zowel uzelf als voor de gewonde. Pas altijd op dat een dier dat net een trauma (bijvoorbeeld een ongeluk) heeft gehad door de schrik anders en agressief kan reageren. Besef ook dat mensen die gehecht zijn aan het gewonde dier of persoon zelf ook met paniek of agressie kunnen reageren. Zorg dus te allen tijde dat u het dier èn de eigenaar rustig benadert en pas op voor uw eigen veiligheid!

2. Wat is er gebeurd?

Zorg dat u zo veel mogelijk te weten komt over wat er precies gebeurde. Hoewel het moeilijk kan zijn om direct te zien wat er aan de hand is moet u toch proberen te kijken wat er precies loos is. Behandel altijd eerst de meest noodzakelijke dingen (ademhaling en circulatie) ook al valt een eventuele bloeding het eerst op.

3. Stel gerust

Stel het dier op zijn gemak, praat rustig tegen hem terwijl u met hem bezig bent. De hond begrijpt niet altijd dat als u hem pijn doet het voor zijn bestwil is. Kijk de hond niet strak aan, dan voelt hij zich bedreigd.

4. Hulp inroepen

Het klinkt zo logisch, maar ga altijd na of er al hulp ingeroepen is. Soms gebeurt het dat men te druk met het slachtoffer bezig is en totaal vergeet om bijvoorbeeld een dierenambulance te bellen. Het is sowieso handig om dit nummer in u mobieltje op te slaan...u weet maar nooit!

5. Help het slachtoffer ter plaatse.

Zorg dat u levensreddende handelingen eerst uitvoert, en minder belangrijke dingen later.

De hier gegeven informatie kan van pas komen in situaties waarin eerste hulp verleend moet worden. Dierenkliniek Zamenhofdreef is niet aansprakelijk voor de gevolgen van ondeskundig medisch handelen. Ga niet zelf dokteren en raadpleeg bij elke vorm van twijfel de dierenarts. Het is absoluut aan te bevelen om, als u meer te weten wilt komen over dieren EHBO en om ervaring op te doen, een cursus hierin te volgen. Op diverse locaties in Nederland worden dergelijke cursussen gegeven. Juist door meer ervaring kun u beter en sneller handelen in noodsituaties.

Copyright © Dierenkliniek Zamenhofdreef | Webdesign: Studio EVG - Eveline van Ginneken